>>Rapportage Toezichtsplan Arbeidsrelaties

Rapportage Toezichtsplan Arbeidsrelaties

19-03-2019

Rapportage Toezichtsplan Arbeidsrelaties

Samengevat zijn de resultaten van de 104 bedrijfsbezoeken:

  • Bij slechts 45 bedrijfsbezoeken gaf de opdrachtgever blijk van voldoende kennis en ervaring met de wet DBA en gaf hij aan de wettelijke bepalingen ook juist toe te passen.
  • Bij de overige 59 bedrijfsbezoeken leek sprake van in meer of mindere mate onjuist handelen. Hiervan is bij 12 bedrijfsbezoeken, op basis van het gesprek, geconstateerd dat de opdrachtgever de arbeidsrelatie niet juist heeft gekwalificeerd.

In de gevallen van (vermoedelijk) onjuist handelen gaat het om:

  • Er zijn aanwijzingen voor de aanwezigheid van een gezagsverhouding, terwijl er volgens de gebruikte overeenkomst geen gezagsverhouding zou zijn.
  • Zzp’ers verrichten dezelfde werkzaamheden en op dezelfde wijze als eigen werknemers.
  • Er is sprake van kernactiviteiten, de werkzaamheden betreffen een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering, wat een aanwijzing kan zijn voor werken in dienstbetrekking.
  • Er is geen vervanging van de zzp’er mogelijk of wenselijk, en er lijkt tevens sprake te zijn van gezag.
  • De zzp’er heeft geen mogelijkheid om zelfstandig zijn werk in te delen.
  • De duur van arbeidsrelatie is dermate lang dat het werk van de zzp’er lijkt te zijn ingebed in de organisatie.
  • Er lijkt sprake van een fictieve dienstbetrekking.
  • Er wordt niet conform de modelovereenkomst gewerkt.

Na invoering van de in het Regeerakkoord aangekondigde maatregelen ter vervanging van de Wet DBA wordt het huidige handhavingsmoratorium gefaseerd afgebouwd.

Tip: De Belastingdienst handhaaft nu nog niet op de juiste kwalificatie van de arbeidsrelatie voor de loonheffingen, met uitzondering van ‘kwaadwillendheid’. Gezien de bovenstaande conclusies is dat voor de meeste opdrachtgevers maar goed ook. Voor de zomer van 2019 komt de Staatssecretaris met informatie over de nieuwe toezicht- en handhavingsstrategie van de Belastingdienst en de afbouw van het handhavingsmoratorium.